Sayil


Sayil werd bewoond tegen het einde van het Terminaal Klassiek, rond 950 n. Chr. en is gebouwd in de typerende Puuc-stijl zoals die te vinden is in steden als Uxmal, Kabah, Labná en Xlapak. Sayil betekent: 'Plaats van de snijmieren' in het Yukatek-Maya. 

Zoals bij andere alle andere Maya-steden had Sayil een relatief klein ceremonieel centrum, omringd met vele kleine dorpjes. Rondom het centrum woonden zo'n 10.000 mensen en in de kleinere dorpjes daaromheen nog eens 7.000. De grenzen van het centrum werden aangegeven door vier piramideachtige gebouwen in het noorden, oosten, zuiden en westen.

Sayil werd in 1985 in kaart gebracht door Sabloff en Tourellot, waaruit bleek dat het centrum zo'n 5 km² besloeg. Ook werden er vele funderingen en restanten van bouwwerken gevonden alsook honderden chultunes (waterreservoirs). er wordt echter getwijfeld of al deze chultunes ook daadwerkelijk voor opslag van water werden gebruikt.

Sayil is ook zeer interessant vanwege de huizen van de gewoner burgers. Vele burgers woonden namelijk in stenen bouwwerken, terwijl er lange tijd van uit werd gegaan dat deze bevolkingsgroep altijd in woningen van vergankelijk materiaal woonden. Het schijnt dat stenen huizen in Sayil niet alleen voor de elite was gereserveerd, zoals voorheen dus werd aangenomen. Onderzoek in Kohunlich en Dzibanche heeft uitgewezen dat de burgers daar ook in stenen huizen woonden.

Volgens een theorie woonden er eenvoudigweg veel meer mensen van de hogere bevolkingsgroepen in deze steden. Het lijkt er echter meer op dat gedurende het Terminaal Klassiek steen het meest voor de hand liggende materiaal was om huizen te bouwen. In de woonwijken hebben archeologen tuinen gevonden met sporen van schijfcactussen, bonen, maïs, fruit en sierbomen. Sayil was een echte tuinstad. 

Toen John Lloyd Stephens Sayil in 1841 'ontdekte' noemde hij de stad Zayi, zoals de lokale bevolking de ruines noemden. De lokale bevolking was erg bijgelovig en het verhaal ging dan ook dat ieder jaar op Goede Vrijdag muziek vanuit de ruines te horen was. 


Bouwwerken in Sayil:

Door op de links te klikken kunt u een afbeelding van het bouwwerk bekijken.

A. Het Grote Paleis

El Palacio (670-1000 AD) is 85 meter breed, 35 meter diep en drie verdiepingen hoog en is daarmee het grootste bouwwerk van Sayil. Het paleis is in verschillende fases gebouwd: vleugels werden bijgebouwd en platformen toegevoegd (hiervoor werden kamers opgevuld met stenen om de stevigheid te bevorderen. Het is duidelijk dat dit het belangrijkste bouwwerk van de stad was.

Het typerende aan het paleis is dat het, in tegenstelling tot andere bouwwerken van de Maya's, niet symmetrisch is. De hoogste verdieping met zeven kamers lijkt symmetrisch, maar de twee onderste verdiepingen verschillen aan beide kanten van de grote trap, die het bouwwerk in twee helften verdeeld.

De oostzijde (links) van het bouwwerk bevat in totaal 12 kleine kamers. Enkele van de zichtbare kamers hebben een ingang naar een tweede kamer die erachter ligt. De Puuc-stijl is hier goed te herkennen vanwege de vele Chac maskers. De tweede verdieping bevat ook afbeeldingen van de neerdalende god, zoals deze in Tulum te vinden is. De westzijde is nog in zeer slechte staat.

B. El Mirador

Een stuk verder, in het bos, bevindt zich El Mirador. Dit bouwwerk valt op door de grote gleuven in zijn dakkam.

C. De fallus stèle

Voorbij El Mirador kan men een stèle vinden met daarop een afbeelding van een figuur met een fallus van overdreven afmeting. Mogelijk verwijst de fallus naar Yum Keep, de god van de vruchtbaarheid.

D. Templo de las Jambas Jeroglíficas

De bouwwerk had oorspronkelijk zes kamers en is van belang vanwege de hiërogliefen rondom de ingang van de achterkamer aan de noordzijde. Hoewel de voorkant vrijwel volledig verwoest is, kunnen er nog enkele decoratieve elementen herkend worden in de typerende Puuc-stijl. Dit bouwwerk dateert van 800 - 1000 n. Chr.