San Gervasio
San Gervasio bevindt
zich in het noorden van het eiland Cozumel en beslaat circa één
vierkante kilometer. Er wordt vanuit gegaan dat het merendeel van
de structuren een ceremonieel karakter heeft gehad. Archeologisch
onderzoek heeft aangetoond dat de locatie sinds 100 v. Chr.
bewoond werd, vanaf 300 - 400 n. Chr. werd de locatie permanent
bewoond. Rond 1000 – 1200 domineerden de
Itzá’s het eiland waardoor ze controle hadden over de
belangrijkste handelsroutes in het oostelijk deel van het Yucatán
schiereiland en de zuidelijk gelegen gebieden. San Gervasio is een
mooi voorbeeld van de New Economy. In het boek Terugblik
op een Wereldtijdperk valt meer te lezen over deze nieuwe
interpretatie van de Postklassieke periode.
Het stedelijke deel van San Gervasio is gebouwd naar voorbeeld van Chichen Itzá (plaza’s die met elkaar verbonden zijn via een sakbe). Het hoogtepunt van de vindplaats ligt in de late Postklassieke periode tot aan de komst van de Spanjaarden.
San Gervasio staat vooral bekend als belangrijke religieuze pelgrimsplaats voor de godin Ix Chel, godin van vruchtbaarheid, medicijnen en het weven. Er zijn vele beelden van Ix Chel gevonden. Vrouwen kwamen naar het heiligdom van Ix Chel voor het brengen van offers, hier baden ze voor een goede bevalling en gezonde kinderen. Volgens een legende bevond zich in San Gervasio ook het Orakel van Ix Chel, een groot keramisch beeld van de godin waaraan bezoekers vragen konden stellen. Waarschijnlijk werden deze vragen beantwoord door een priesteres die achter het beeld verstopt zat.
Op
18 februari 1519 voer Cortés uit met 10 karvelen (snelle
zeilschepen) en vierhonderd soldaten waarvan 16 met paard. Cortés
zette koers naar het eiland Ah Cuzamil Petén, oftewel ‘het
verslindende eiland’, wat de Spanjaarden al snel Cozumel
noemden. Toen hij arriveerde,
Tijdens zijn verblijf op Cozumel hoorde Cortés over het bestaan van twee blanke mannen op het grotere eiland Yucatán (men dacht toen nog dat het schiereiland door een straat gescheiden werd van het vaste land). Omdat het onmogelijk leek om met zijn schepen dicht bij de kust aan te meren, stuurde hij enkele boodschappers om de twee van zijn komst op de hoogte te brengen. Na een aantal dagen had hij nog geen reactie gekregen en besloot toen weer te vertrekken, het slechte weer hield hem echter tegen. Diezelfde dag kwam Jeronimo de Aguilar, die de laatste jaren als slaaf had gediend, in een kano aanvaren. Hij had kans gezien om te ontsnappen. Toen Aguilar bij Cortés aankwam huilde hij van blijdschap en knielde neer op de grond om God te bedanken. Hij vroeg de Spanjaarden of het woensdag was, Aguilar had zich als trouwe christen gehouden aan het tellen van de christelijke dagen, het werd hem voorzichtig uitgelegd dat het in werkelijkheid een zondag was.
Cortés wilde ook dat Guerrero zich opnieuw zou
aansluiten bij de Spanjaarden. Hij stuurde Aguilar naar hem toe
met geschenken en de belofte dat zijn kinderen goed ontvangen
zouden worden. Guerrero, die inmiddels een belangrijke positie had
verworven bij de Maya’s, wees dit aanbod af. Aguilar schreef
hierover dat Guerrero zich teveel zou schamen voor de vele
tatoeages op zijn gezicht en de oorpluggen in zijn oren. Bovendien
dacht Guerrero dat zijn kinderen niet de juiste behandeling zouden
krijgen van de Spanjaarden. Nadat
Aguilar was teruggekeerd naar Cortés, werd hij als persoonlijke
tolk van de expeditieleider aangesteld. Aguilar had in zijn jaren
als slaaf vloeiend Yukatek Maya leren spreken. Cortés trok vanuit
Cozumel verder naar Tabasco, waar hij de Maya’s tijdens een
korte strijd wist te verslaan.
Bouwwerken in San Gervasio:
Door op de links te klikken kunt u een afbeelding van het bouwwerk bekijken.
Dit
bouwwerk is zo genoemd naar aanleiding van het gevonden
graf. Het
bouwwerk is een platform. Er heeft geen gebouw op gestaan, alleen
banken en een altaar. Door het open karakter van het bouwwerk
wordt aangenomen dat hier ceremoniële handelingen werden verricht
die niet alleen door de priesters werden bijgewoond maar ook door
de burgers die zich in de nabijheid verzamelden. Het bouwwerk
heeft twee constructieperioden. Het eerste gedeelte werd tijdens
het terminale klassiek gebouw, het laatste gedeelte tijdens de
Laat-Postklassieke Periode. Het bouwwerk bevindt zich samen met
Bouwwerk van de Kleine Handen op het Plaza Manitas.
B. Bouwwerk van de Kleine Handen
Dit
bouwwerk wordt zo genoemd vanwege de vele rode handafdrukken die
aan de binnenkant van het gebouw zijn gevonden. Naast de
handafdrukken zijn er nog enkele muurschilderingen te vinden in de
typerende kleuren die de Maya’s destijds gebruikten (Mayablauw,
rood). Het gebouw bestond uit twee kamers. Het gebruik van dit
gebouw kan residentieel geweest zijn. Sommigen geloven dat dit het
huis was van de Ah Hulneb, de Itzá heerser die tijdens de
Terminale Klassieke Periode regeerde. Het kleine altaar binnen de
kamer zou zijn persoonlijke altaar geweest zijn.
Door
de kleine omvang van het bouwwerk, wordt er van uit gegaan dat het
gebruik ervan alleen een ceremonieel karakter had. In het bouwwerk
stond een altaarwaar offers gebracht konden worden. De bouw van
het bouwwerk kon gedateerd worden op de Laat-Postklassieke
Periode.
Structuur 31 is een residentieel bouwwerk in de Maya-Chontalstijl. Het heeft grote binnenruimten en een zuilengang aan de voorkant. Het dak bestond uit palmbladeren. Structuur 32 was een kleine tempel. Beide structuren dateren uit de Postklassieke Periode.
Een gracieuze korbeelboog beschermd het altaar waar de offers voor Ix Chel gebracht werden. Dit altaar bevindt zich op een sakbe die naar het centrale gedeelte van de vindplaats leidt. Deze korbeelboog was de toegang of uitgang van het centrale deel van San Gervasio. Het bouwwerk dateert uit de Postklassieke Periode.
F t/m L
bevinden zich op het Centrale Plein
Zijn naam dankt hij aan de kleine schrijnen aan de zijkanten van de trap. Deze schrijnen werden mogelijk gebruikt voor offers. Het hoogste gedeelte had een stenen dak. De kamer was voornamelijk blauw geverfd. Het bouwwerk dateert uit de Postklassieke Periode.
Dit bouwwerk wordt zo genoemd vanwege de vele menselijke resten die hier gevonden zijn. De muren en het dak zijn met de jaren verdwenen, alleen het platform is nog te bewonderen. Naast het ossuarium bevindt zich sacbe nr. 4 die leidt naar het Centrale Plaza met een groep woningen. Het bouwwerk dateert uit de Postklassieke Periode.
De naam van het bouwwerk doet ervoor zorgen dat men hier een ander beeld bij krijgt. Het bouwwerk bestaat uit een platform met zuilen. Op deze zuilen rustte ooit een plat dak. Het bouwwerk dateert uit de Postklassieke Periode.
I. Het Bouwwerk met de Schilderingen
Op de binnenmuren van het bouwwerk zijn enkele schilderingen gevonden met geometrische motieven, lijnen spiralen, enz. De kleuren bestonden uit rood, blauw, geel en zwart. Het dak had men geconstrueerd met behulp van een korbeelboog. In het gebouw zijn banken en altaren aangetroffen die wijzen op een ceremonieel karakter. Het bouwwerk dateert uit de Postklassieke Periode.
De muren van deze kleine tempel waren beschilderd zoals het bouwwerk met de Schilderingen. Binnen in de kamer is een altaar aangetroffen. Het bouwwerk dateert uit de Postklassieke Periode.
Dit gebouw bestaat uit een platform met zeven zuilen, een bank die aan de binnenste muren grenst en een altaar of troon in het midden van de kamer. De kamers aan de zijkant werden gebruikt voor het begraven van zes personen samen met offers van messen van obsidiaan, wierookbrander van klei en kleine sculpturen in de vorm van een stčle met diverse figuren. Het bouwwerk heeft twee constructie periode gekend. Allereerst in de Terminale Klassieke Periode. Tijdens de Postklassieke Periode is een gedeelte van het originele bouwwerk overdekt.
In het midden van het plaza ligt het altaar. Gezien de locatie zal het Altaar een ceremonieel karakter hebben gehad. De priesters of heersers konden ceremonieën uitvoeren terwijl de bevolking op het plaza stond en toekeek. Het Altaar is in twee fasen gebouwd. Aan de westzijde is en trap te vinden met balustraden die bedekt was met stukwerk, dit is het oudste gedeelte en dateert uit de Terminale Klassieke Periode. Het latere deel dateert uit de Postklassieke Periode.
Dit is een van de grootste gebouwen van San Gervasio. De ruimte bovenin is vrijwel geheel bedekt met banken en een altaar. Het gehele gebouw was bedekt met een stuklaag en beschilderd in de kleuren rood, geel, blauw, groen en zwart. De basis en de trap zijn versierd met kleine menselijke gezichten. Het bouwwerk dateert uit de Postklassieke Periode.
Het Huis van de Heerser en Het Ronde Gebouw staan samen op één plein. Dit was ooit het Central plein gedurende de Late Klassieke Periode. In de Postklassieke Periode is het centrum van de stad echter verplaatst naar wat wij nu het Centrale Plein noemen. In Het Huis van de Heerser woonde mogelijk ooit de heerser van San Gervasio.
De “Murcielagos”, het Ronde Gebouw, dateert uit de Postklassieke Periode. Het gebouw valt op door zijn ongebruikelijke ronde muren. Het altaar in het gebouw was eveneens rond.
Tussen het Huis van de Heerser en Het Ronde Gebouw bevindt zich een klein bouwwerk. De functie van het bouwwerk was mogelijk ceremonieel, een andere mogelijkheid was dat het gebruikt werd voor opslag.