Labná
Labná
betekent 'Oude Huizen in het Maya. Deze naam hebben de hedendaagse
Maya's aan de stad gegeven toen ze deze ontdekten.
Labna dateert van 600 tot 900 n. Chr. en bevindt zich 30 km. van Uxmal en slechts 3 km. van Xlapak. Labná is gebouwd in de typerende Puuc-stijl. Onderzoek heeft uitgewezen dat Labná circa 3000 inwoners telde. Er zijn 60 chultunes (waterreservoirs) te vinden, verspreid over de stad.
John Lloyd Stephens bezocht de stad in 1841 en schreef: "The next morning we set out for the ruins of Labná. Our road lay southeast, among hills, and was more picturesque than any we had seen in the country. At the distance of a mile and a half we reached a field of ruins, which, after all we had seen, created in us new feelings of astonishment... Since our arrival in the country we had not met with anything that excited us more strongly, and now we had mingled feelings of pain and pleasure; of pain, that they had not been discovered before the sentence of irretrievable ruin had gone forth against them; at the same time it was matter of deep congratulation that, before the doom was accomplished, we were permitted to see these decaying, but still proud memorials of a mysterious people."
Bouwwerken in Labná:
Door op de links te klikken kunt u een afbeelding van het bouwwerk bekijken.
Dit
bouwwerk is het fraaiste
voorbeeld van de Puuc-architectuur. De boog bevindt zich aan de
voet van El Mirador. De oostzijde
heeft een strook spiraalvormige en driehoekige elementen, op de westzijde
zijn twee traditionele hutten (xanil nah) afgebeeld, vroeger stonden in de ingangen van
deze hutten twee beelden.
Het bouwwerk is zo'n 14 meter breed en 6,5 meter hoog en diende als ingang van de stad. Elke zijde bevat twee vierkante Muyal of 'Wolk' symbolen, die dit bouwwerk als een wolkhuis identificeren, oftewel een gemeenschapshuis. Op deze wijze werden de bezoekers van de stad welkom geheten. Tussen de wolk symbolen staan zuilen afgebeeld die versteende bomen moeten voorstellen.
Dit bouwwerk is in ongeveer dezelfde staat als toen John Lloyd Stephens hem in 1841 bezocht. Er zijn slecht enkele restauraties uitgevoerd om instorten te voorkomen. Op het dak van het gebouw bevindt zich een grote dakkam, soms wordt dit bouwwerk ook wel El Castillo genoemd. Het gebouw bevatte ooit delen van beelden en uitgehouwen decoraties. In Stephen's tijd lagen overal rond het bouwwerk armen en rompen. Veel van deze beelden zijn in de loop der jaren gestolen, de rest is door archeologen verwijderd.
Stephen's trof tijdens zijn bezoek een kolossaal figuur aan boven de overgebleven ingang, vandaga de dag weten we dat dit een godin voorstelde. Op de muur waren ook twee figuren te zien die duidelijk twee balspelspelers voorstellen met een bal in hun midden.
Het
Grote Paleis van Labná heeft veel overeenkomsten met het Grote
Paleis van Sayil. Tussen
de beelden op de gevel zien we op de hoek van de oostelijke
vleugel een mensengezicht uit de open kaken van een slang komen,
wellicht een portret van de god Kukulkan.
Het bouwwerk is gebouwd in de typerende Puuc-stijl en bevat vele kamers met korbeelbogen in ten minste twee lagen. Ook zijn hier veel zuilen te vinden (stenen bomen) en Chac maskers. Een lange sacbe leidt van het cenrum van het paleis naar de boog van Labná. Het lijkt erop dat bezoekers deze weg moesten afleggen om de koninklijke familie en regeringsleiders te begroeten.
De Tempel van de Zuilen bevindt zich ten oosten van het Grote Paleis. Dit bouwwerk heeft een L vorm en bevat 5 ingangen die allen gericht zijn op het centrum van de stad. Het geheel staat op een vierkante fundering van bijna twee meter hoog. De aanwezige chultunes en maalstenen, alsook de vorm van het bouwwerk, doenvermoeden dat dit de woning was van een adellijke familie. Dit gebouw is een zeer fraai voorbeeld van de typerende Puuc-stijl (Junquilo) en dateert van 800 - 1000 n. Chr.