Chichén Itzá


Het is moeilijk vast te stellen wanneer Chichén Itzá werd gesticht. De locatie werd waarschijnlijk uitgekozen door de aanwezigheid van een aantal cenotes. De stad werd echter aan het begin van de Postklassieke periode overgenomen door de Itzá Maya’s. De naam Chichén Itzá betekent ‘Bij de mond van de bron van de Itzá’. 

Lange tijd werd aangenomen dat Chichén Itzá in de Postklassieke periode werd overheerst door de Tolteken, die afkomstig waren uit de vallei van Mexico. De stad kan namelijk verdeeld worden in twee delen, waarvan één deel oude architectuur vertoont (zoals de Puuc stijl) wat men tegenwoordig ‘Oud Chichén’ noemt en het andere deel, ‘Nieuw Chichén’, nieuwere architectuur vertoont met typerende Mexicaanse invloeden.

Nieuw Chichén heeft inderdaad veel architectonische kenmerken, die op de Toleekse hoofdstad Tula lijken. Tula ligt vlak boven het huidige Mexico-Stad. Hier bouwden de Tolteken tussen 950 en 1150 een groot en machtig rijk op. Er zijn tegenwoordig echter aanwijzingen dat de gebouwen van Nieuw Chichén, zoals het balspeelveld en de Piramide van Kukulkan, vóór het begin van de tiende eeuw zijn gebouwd, waardoor ze vele jaren ouder zijn dan welk gebouw uit Tula ook. Bij het balspeelveld is bijvoorbeeld een steen gevonden waarop een datum staat vermeld die overeen komt met het jaar 864. Het lijkt er nu op dat Chichén Itzá geen provinciale stad van Tula was, maar dat juist het tegenovergestelde het geval was. Geleerden stonden voor een raadsel, want Chichén Itzá vertoont toch duidelijk Mexicaanse invloeden. Onlangs hebben Linda Schele, Nikolai Grube en Erik Boot een nieuwe theorie gepresenteerd die een verklaring kan bieden.

In de oude verhalen van de Chilam Balam werden de Itzá Maya’s beschreven als buitenlanders die gebroken Yukatek praatte. Volgens een legende zouden ze uit het zuiden afkomstig zijn. Recentelijk is op een stčle in de buurt van Lago Petén Itzá een tekst gevonden die verwijst naar een koning van de Itzá. Blijkbaar hebben de Itzá’s voor hun komst in de buurt van Tikal gewoond. Naar aanleiding van deze aanwijzingen werd voorgesteld dat de Itzá’s tussen 670 en 700 naar het noorden trokken om de vele oorlogen tussen Tikal en Calakmul te ontlopen. Waarschijnlijk reisden er tijdens de eerste migratie van de Itzá’s een aantal vluchtelingen uit Teotihuacán mee.

Na de val van dit rijk in de zevende eeuw waren namelijk een aantal Teotihuacanen naar Tikal gevlucht vanwege de al eeuwenoude vriendschappelijke banden met deze stad. Omdat ze ook hier niets dan oorlogen aantroffen besloten ze met de Itzá’s mee te gaan. De Teotihuacanen zouden dus verantwoordelijk kunnen zijn voor de Mexicaanse invloed in de stad.

De huidige naam van Lago Petén Itzá werd pas sinds de koloniale periode aan dit meer gegeven. Hier ontmoette Cortés in 1525 de Itzá Maya’s en bezocht hij hun hoofdstad Noj Petén. Zeventiende eeuwse Itzá’s beweerden dat ze vlak voor de komst van de Spanjaarden vanuit het noorden naar deze locatie waren getrokken. Dit lijkt overeen te komen met de verhalen van de Chilam Balam. De nieuwe theorie geeft dus aan dat de Itzá’s destijds niet gevlucht waren naar onbekende streken, maar juist terug gingen naar hun oorspronkelijke leefgebied.

De oude mythen over de oorsprong van de stad zijn minstens net zo interessant als de archeologische bewijzen. Hierin kan men lezen over de grote Tolteekse koning Ce Acatl Topilzin Quetzalcóatl die door zijn slechte broer Tezcatlipoca werd verslagen. Samen met enkele handlangers werd hij gedwongen om naar het oosten te vluchten en hij kwam toen aan in Chichén Itzá. De Maya’s noemden hem Kukulkan en het was deze koning die de kennis van geneeskunde meenam en de cultuur introduceerde van het volk waar hij vandaan kwam. Nadat hij de glorie van Chichén Itzá had doen herleven, stichtte hij nog enkele andere steden waaronder Mayapán. Aan de hand van deze verhalen werd het idee over de Tolteekse invasie ondersteund. Door de voorgestelde theorie van Linda Schele, Nikolai Grube en Erik Boot lijkt het er echter op dat Kukulkan van oorsprong uit het grote Teotihuacán afkomstig was.

Over de regerende heersers is verder weinig bekend gebleven. Dit komt omdat men in Chichén Itzá alleen nog maar de goden vereerde en niet meer de koningen zoals tijdens de Klassieke periode. De stad werd slechts geregeerd door een groep capabele mannen.

Diego de Landa schreef in zijn verslag dat de stad door drie broers was gesticht. Aan de hand van de inscripties kon later achterhaald worden, dat de stad op een gegeven moment door vijf heersers werd geregeerd en dat in ieder geval twee van de heersers broers waren. We weten nu dus dat de Landa’s verslag op waarheid gebaseerd was.

De heersers van Chichén Itzá worden in de inscripties yitah genoemd, wat ‘compagnon’ betekent. De regeringsvorm noemde men mul tepal, oftewel ‘gezamenlijke heerschappij’. De heersers die in de Chilam Ba-lam van Chumayel worden genoemd, komen ook voor in de inscripties. Er wordt onder andere gesproken over K’ak’upakal, Ah Holtun Balam en Hun Pik Tok. Het is ook bekend dat er na een zekere tijd een verbond ontstond tussen de grote steden Uxmal, Mayapán en Chichén Itzá. Mayapán zou de vriendschap echter aan het eind van de twaalfde eeuw verbreken en de twee andere steden veroveren waardoor Mayapán het enige en machtigste rijk in de laaglanden zou worden.

Een van de personen die een belangrijke bijdrage leverde aan de verovering, was volgens de Chilam Balam van Chumayel de zoon van een heerser van Mayapán, Hunac Ceel van de Cocom familie genaamd (Cocom is een klimplant met gele bloemen). De belangrijke daad van Hunac Ceel vond plaats tijdens een offerceremonie bij de heilige cenote van Chichén Itzá. Zoals wel vaker gebeurde, werden aan het begin van de ochtend mensen aan de goden geofferd door ze vanaf het altaar in de cenote te duwen. Het was gebruikelijk om in de middag iedereen die nog in leven was uit de cenote te halen. De overlevende gaf vervolgens (onder invloed van drugs) de boodschap van de goden door. Tijdens een offer waar Hunac Ceel bij aanwezig was, bleek echter dat niemand levend uit de cenote gehaald kon worden. Hunac Ceel nam de beslissing om de boodschap zelf te gaan halen en sprong in de cenote. Nadat hij hier weer uit was geklommen verklaarde hij zichzelf tot heerser van alle drie de steden.

Hoe hij Chichén Itzá veroverd heeft, is niet helemaal duidelijk. In de koloniale bronnen wordt duidelijk dat de bruid van een heerser uit Chichén Itzá werd ontvoerd door de heerser van Izamal. Chichén Itzá zocht waarschijnlijk steun bij Hunac Ceel. Het is mogelijk dat Hunac Ceel in eerste instantie deed alsof hij Chichén Itzá steunde om zodoende de politieke relatie tussen Chichén Itzá en Izamal te verstoren. Nadat tussen Chichén Itzá en Izamal oorlog was uitgebroken, koos Hunac Ceel de kant van het zwakkere Izamal om samen het sterke leger van Chichén Itzá te veroveren. Er zijn redenen om aan te nemen dat Hunac Ceel aan de loyaliteit van de heersers van Chichén Itzá twijfelde en dat hij bang was dat de Itzá’s zo sterk zouden worden, dat ze de macht in de laaglanden opnieuw konden opeisen. Volgens de Chilam Balam van Chumayel werden de Itzá’s tijdens deze oorlog verslagen en begonnen ze aan hun tocht naar het zuiden.


Bouwwerken in Chichén Itzá:

Door op de links te klikken kunt u een afbeelding van het bouwwerk bekijken.

A. Het Nonnenklooster

Dit is het grootste gebouw uit de klassieke periode. De Spanjaarden noemden dit het nonnenklooster vanwege zijn vele kleine kamers en omdat er priesteressen bij de Maya’s voorkwamen. Het nonnenklooster bestaat eigenlijk uit drie gebouwen.

Het eerste gebouw bestond uit twee galerijen die verdeeld waren in kamers. Later werd het platform waar hij op stond vergroot, en werd er een tweede gebouw boven op het eerste gezet. Een grote trap van 20 meter breed loopt naar de bovenste laag waar een derde gebouw werd neergezet. Dit derde gebouw had slecht een kamer die naar het noorden gericht stond.

Het totale complex is in totaal 70 meter lang, 35 meter breed en 18 meter hoog. Er staat een offersteen voor de ingang van de derde tempel.

Op het tweede platform is een gat te zien dat is ontstaan door een dynamietstaaf die tot ontploffing werd gebracht door Le Plongeon tijdens zijn onderzoeken. Het wordt opengelaten zodat men de verschillende bouwwerken kan zien. (foto door Pascal van der Bend)

B. La Iglesia

La Iglesia, oftewel de Kerk, dateert van de 7de of 8ste eeuw n. Chr. Het bouwwerk wordt zo genoemd omdat het dicht bij het nonnenklooster staat en vanwege de aanwezige religieuze ornamenten. La Iglesia is gebouwd in de typerende Puuc-stijl en heeft slechts één kamer met een ingang in het westen. Het opvallendste aan het bouwwerk zijn de Chac maskers die de muren versieren. Aan de voorkant, net schuin boven de ingang, bevinden zich vier figuren waarvan verondersteld wordt dat dit de Bacabs zijn (ook wel Pawahtuns) die de hemel droegen op de uithoeken van de vier windstreken. Deze figuren worden afgebeeld als een gordeldier, slak, schildpad en krab. (foto door Pascal van der Bend)

C. Tempel van de Panelen

Deze is te vinden bij het Observatorium.

D. Het Observatorium of El Caracol

El Caracol (de slak) is een van de meest belangrijkste bouwwerken van de stad. Het werd gebruikt als observatorium door de Maya astronomen. In het plafond zitten kleine kijkgaten waardoor de hoge priesters de sterren bestudeerden. In het midden van het observatorium bevindt zich een ronde trap naar boven. Het gebouw stond op een rechthoekig platform van 67 meter bij 52 meter en 6 meter hoog. Op dit platform bevindt zich niet alleen het observatorium zelf, maar ook de woningen van de hoge priesters. 

Dankzij het bestuderen van de sterren waren de Maya’s in staat om een kalender te creëren die vele malen nauwkeuriger was dan de Juliaanse kalender ten tijde van de Spaanse veroveringen. Het observatorium van Chichén Itzá stond model voor de grote observatoriums die we vandaag de dag kennen. 

E Het rode huis (Casa Colorada)

Chichan-Chob of het rode huis, heeft dezelfde karakteristieke bouwwijze als het huis van het hert. Het is bijvoorbeeld ook gebouwd op een platform met ronde hoeken. Binnen in een portiek is een reliëf met daarop de datum 870 n.C. Dit wijst erop dat dit gebouw samen met het huis van het hert tijdens de klassieke periode zijn gebouwd. 

Chichan-Chob betekend kleine gaten in het Maya. Waarschijnlijk werd het zo genoemd vanwege de bewerkte top van het gebouw. De naam het rode huis kreeg hij omdat er rond de portiek een rode streep zit.

F. De Xtoloc bron

Deze Cenote was in het begin waarschijnlijk de belangrijkste waterbron. Omdat de Cenotes zo belangrijk waren voor de Maya’s en de Itzá’s de tovenaars van het water waren kreeg deze Cenote in de loop van tijd een religieuze betekenis. Bij de Cenote is een tempel te vinden waarop Xtoloc (hagedis) is afgebeeld. De resten van een portiek met twee stčles is ook nog aanwezig.

G. Het Ossuarium

Dit bouwwerk wordt ook wel het graf van de hogepriester genoemd omdat het werd gebruikt als begraafplaats voor belangrijke personen. De piramide is 10 meter hoog met daarbovenop de resten van een tempel die veel lijkt op de tempel van Kukulkan’s piramide. Binnenin deze tempel zit een gang die leidt naar een natuurlijke grot op 12 meter diepte. Hier zijn verschillende graven gevonden van belangrijke Maya’s met hun offers van Jade, schelpen, koper en bergkristal nog bij zich. (foto door Pascal van der Bend)

H. De markt

Deze constructie staat op een licht verhoogd platform. Hoewel het de Markt genoemd wordt is er geen direct bewijs dat het hiervoor ook werkelijk werd gebruikt.

I. Groep van de duizend zuilen

Deze indrukwekkende zuilenrij bevindt zich op een groot plaza van 155 meter bij 142 meter en is nog niet grondig onderzocht. De zuilenrij diende ooit als steun voor het immense dak dat de galerijen bedekte. Op sommige zuilen zijn schitterende sculpturen afgebeeld.

J. Tempel van de krijgers

Dit grootse bouwwerk staat achter de westelijke zuilenrij en is gebouwd boven een andere tempel namelijk de Tempel van de Chac-mool, welke te betreden is via een trap. Op deze tempel zitten nog enkele originele verfresten van de Maya’s. De Tempel van de krijgers is gebouwd op een vierkante fundering van 40 meter breed bij 13 meter hoog. Op het platform staan diverse muren met schitterende reliëfs van krijgers, jaguars en adelaren. Een Chac-mool bevindt zich aan de voorkant van het plateau bij de ingang van de tempel. De tempel zelf is 21 meter lang en bestaat uit twee kamers. In de achterste kamer bevindt zich een altaar. Hier werd het hart uit een krijgsgevangene gesneden met een mes van obsidiaan, vervolgens werd het nog kloppende hart op de schaal gelegd die de Chac-mool beet heeft. Experts geloven dat deze tempel gewijd was aan de cult van de oorlog.

Het bouwwerk maakt deel uit van een groot complex waaronder de Tempel van de Krijgers, de markt, de noordelijke en westelijke Zuilenrij en het Stoombad.

K. El Castillo of Kukulkan’s piramide

Dit is zonder twijfel het meest indrukwekkendste bouwwerk in Chichén Itzá. Het staat in het midden van de stad omringd door andere belangrijke bouwwerken. Kukulkan’s piramide is werkelijk een architectonisch meesterwerkvan de laat-klassieke periode.

El Castillo is gewijd aan Kukulkan (door de Azteken ook wel Quetzalcoatl oftewel gevederde slang genaamd). Er bevinden zich twee pilaren bij de ingang van de tempel waarop rijk uitgedoste krijgers afgebeeld zijn. De piramide heeft 9 lagen, die verwijzen naar de 9 lagen van de onderwereld.

Die negen lagen worden onderbroken door de trap zodat je 18 secties krijgt wat gelijk staat aan het aantal maanden van de dagelijkse Maya kalender. Er is aan iedere zijde een trap met 91 treden. In totaal is dit dus 364, wat samen met het plateau bovenop overeenkomt met het aantal dagen in een jaar. Iedere zijde van de piramide heeft 52 panelen gelijk aan het aantal jaren in een Maya cyclus. 

De piramide is over een kleiner exemplaar heen gebouwd. Dit had mogelijk te maken met de cyclus van 52 jaar.

Binnen in de oude tempel vonden archeologen een Chac-mool (die gebruikt werd voor offer rites) en een cirkel die ingelegd is met mozaďek. Aan de voet van de noordkant bevinden zich twee slangenkoppen.

Het bijzondere aan de piramide van Kukulkan is dat er tijdens de lente (20 maart) en de herfst­equinox (21 September) rond drie uur ‘s middags, de schaduw van de piramiderand begint aan de bovenkant van de piramide en langzaam naar beneden kronkelt totdat het eindigt bij de kop van de slang. Hierdoor lijkt het alsof de slangenkop zijn kronkelige lichaam krijgt. De kronkel wordt gevormd door de verschillende lagen van de piramide. Luis E. Arochi had dit na een jarenlange studie ontdekt en noemde zijn ontdekking de symbolische neerdaling van Kukulkan.

L. Het Venus platform

Het Venus platform lijkt qua uiterlijk veel op het platform van de Jaguar en Adelaren, het is alleen groter. Aan de bovenkant van de vier trappen staan afbeeldingen van gevederde slangen oftewel Kukulkan. Op de muren zijn reliëfs te zien van de planeet Venus, de eerste maand van het Mayajaar (Pop) en de symbolen voor kracht.

Het symbool van de planeet Venus komt uit de keel van de gevederde slang waaruit te leiden was dat Venus de voorstelling is van Kukulkan. Langs de randen zijn afbeeldingen te zien van slangen en verschillende vissoorten.

Het Venus platform staat ook wel bekend als het Chac-mool platform omdat de Franse onderzoeker Le Plongeon het genoemde beeld in dit platform vond. Dit platform werd waarschijnlijk gebruikt om op te dansen tijdens rituele dagen zoals de vijf laatste dagen in het Mayajaar.

M. Platform van de Jaguars en Adelaren

Dit platform staat vlak naast de Tzompantli. Het is een klein vierkant platform met kleine stappen aan iedere zijde. Op de muren zijn prachtige reliëfs te zien van jaguars en adelaren die een uitgerukt mensenhart beet houden. Een duidelijke verwijzing naar de militaire orde van de jaguar en adelaar. 

N. Tzompantli

Het hoofd van de aanvoerder van het verliezende team van het balspel werd op de Tzompantli gelegd. Tzompantli betekent “muur van schedels”. Op deze muur stond een rek, waar de schedel op werd geschoven. Het hoofd bleef daar een paar dagen zodat iedereen het kon bewonderen. Na een paar dagen werd het hoofd verwijderd en hoogstwaarschijnlijk buiten de stad gecremeerd. De Tzompantli staat net buiten het balveld.

O. Het balveld

Het balveld van Chichén Itzá is het grootste van heel Mesoamerika. Het speelveld is 168 meter lang en 70 meter breed. Het hele complex heeft de vorm van een L. Aan de zijden zijn twee muren van 8 meter hoog. In het midden van elke muur bevindt zich een ring, met daarop de gevederde slang afgebeeld oftewel Kukulkan.

Op het lage gedeelte van de muren zijn prachtige reliëfs met daarop spelers afgebeeld in traditionele kleding. De akoestiek op het terrein is zo goed, dat je elkaar kan horen alsof je naast elkaar staat, terwijl je beide aan een uiteinde van het balveld staat (168 meter). Tijdens zijn opgravingen hield de beroemde Eric S. Thompson een concert in het balveld. Hij plaatste een Hoorngrammofoon aan een zijde en ging samen met enkele genodigden aan de andere kant naar het prachtige effect luisteren.

P. Tempel van de Jaguar

De tempel is te verdelen in twee delen. De lagere tempel van de Jaguar ligt buiten het balveld zodat het publiek op het plein de rituelen konden zien die daar plaats vonden. Kunstenaars hebben de muren bewerkt met scčnes van het scheppingsverhaal toen de wereld en de Itzá’s gevormd werden door de goden en de eerste voorouders.    

De Noord en Zuid panelen vertonen twee Pawahtuns, de oude goden die de lucht vast hielden. De Chilam Balam van Chumayel beschrijft dat de Pawahaekuh de heersers van de Itzá waren op 4 Ahau (de dag van de schepping). Men vermoed nu dat dit de patroongoden waren van de Itzá staat.

De Pawahtun in het zuiden draagt een enorm schildpadschild en staat tussen slangen die de kosmos uitbeelden. Waterlelies met vissen versieren zijn hoofdtooi en hij draagt een ketting van schelpen. Beide goden houden een ratel in de hand vast en dansen voor een offerschaal met ronde voorwerpen erop, misschien tamales. Dit geeft de patroon goden van de Itzá weer tijdens het bijwonen van de schepping.

Beide goden staan op een vak van een onnatuurlijk dier. Een dier met veren, een slangekop en vogelpoten. Het gezicht van een verrijzende krijger is te zien in de bek van de slangekop. We kijken naar een gevederde slang met voorpoten. Dit wezen kwam voor het eerst voor in Copan tijdens de zesde eeuw. Dit dier verschijnt ook op de muren van Cacaxtla, Tula en uiteindelijk werd het xiuhcoatl of vuur serpent van de Azteken.

Tussen de zuilen staat een jaguar troon. De eerste steen die de goden plaatsten in het kosmische hart boven de kosmische schildpad. Volgens het scheppingverhaal plaatsten de peddelgoden de Jaguar stenen troon in een plaats die Na-Ho-Kan werd genoemd, oftewel Eeste Vijf Hemel. Door deze troon midden in het scheppingsverhaal te plaatsen verklaarden de Itzá dat Chichén Itzá de locatie was van de eerste steen van de schepping.

De complete scčne in de lagere tempel geeft de macht van de Itzá aan vanaf het begin van de schepping. Op ooghoogte is te zien dat de eerste heerser de gevederde slang ergens uit trekt die de verbinding was met het verleden en de kosmos. Door deze met rituelen te beheersen konden de Itzá´s dus de machten van de creatie aanpassen aan hun behoeften. Het gaf hun het recht om het land te domineren en om oorlog te voeren.

De hele compositie verklaard dat ze afstammelingen zijn van de Ah Puh ‘mensen van het riet’, die het beschaafde leven en de kunst en oorlog uitvonden. Langs de muren van de hogere tempel van de jaguar kruipen gevederde slangen en grote gevederde slangen dienen als zuilen van de tempel.       

Binnen in de hogere tempel zijn twee kamers te vinden. In de eerste kamer stond een tafel die door atlantiers (van Atlas) werd ondersteund. Op de tafel waren balspelers en gevederde slangen afgebeeld. Deze tafel werd waarschijnlijk gebruikt om voedsel en dergelijke op te bewaren die nodig waren voor de ceremonies.

De 15 atlantiers dragen mooie kostuums, elke atlantier was anders gekleed maar hadden bijna allen een ronde hoofdband om. Het is niet duidelijk wat deze figuren met verschillende kledingstukken voorstellen, maar men vermoed dat dit uniformen zijn.

Omdat de tempel van de jaguar doet denken aan de tempel in El Castillo (Jaguar troon binnen in de piramide en hoge tempel boven op de piramide) wordt aangenomen dat de tempel van de jaguar werd gebruikt als vervanging voor El Castillo tijdens het herbouwen van hun hoofdstad na een periode van 52 jaar.

Q. Heilige Cenote

Ook wel Cenote Sagrado o de los Sacrificios genoemd (Bron van de offeringen). Dit was een van de grootste bronnen in de buurt en diende alleen voor ceremoniën. Het is te vinden aan het einde van een Sacbe van zo’n 275 meter. De bron heeft een diameter van 60 meter. Van de rand tot aan het wateroppervlakte zit 24 meter en hij heeft een diepte van 13 meter. De bodem bestaat uit een modderlaag van 3 meter dik, en samen met de algen zorgt dit voor de groene kleur van het water. Een deel van de muren is nog intact maar in het zuidelijke deel is er een ruďne van een klein platform dat mogelijk een fundering was voor een stoombad.

Er zijn vele voorwerpen in de bron gevonden die als offers aan de goden werden aangeboden. Hieronder vond men plakkaten, kettingen, armbanden, oorringen, maskers en bijlen. Dit alles gemaakt van goud, koper, jade, steen, botten, schelpen, hout, etc. Ook zijn er veel skeletten als gevolg van mensenoffers gevonden.

R. Het Stoombad

Het stoombad bestaat uit een wachtkamer met zuilen en zitbankjes. De stoomkamer die betreden kan worden via een smalle ingang, heeft een lager dak en twee ligbanken waar de Maya’s op konden liggen. Aan het eind van de zijgang bevindt zich de oven, waar stenen werden verhit totdat ze rood waren van de hitte. In de stoomkamer werd er dan water overheen ge­gooid om stoom te krijgen.

In de grond zit een afvoer voor het water en ventilatie werd geregeld door twee kleine gaten in de bovenkant van de muren. Dit soort stoombaden kwamen veel voor in steden bij de Maya’s en werd niet alleen gebruikt wegens hygiëne, maar ook met medicinale en religieuze ceremonies. 

S. Het huis van het hert

Dit bouwwerk is zo genoemd omdat, naar men zegt, er tot het begin van de 20ste eeuw een fresco van een hert op een van de muren te vinden was.

Het staat op een platform met ronde hoeken en een trap die leidt naar het smalle plateau aan de voorkant. De tempel zelf is verdeeld in drie kamers, een daarvan is bijna helemaal vergaan. Waarschijnlijk was deze tempel gewijd aan de jacht.


Zie ook het artikel van Salvador Dal Molín: The Kukulkan Pyramid of Chichén Itzá