Calakmul


Cyrus L. Lundell was een bioloog in dienst van de Mexican Exploitation Chicle Company (Chicle was het natuurlijke bestanddeel voor kauwgom). Op 29 december 1931 bezocht hij voor het eerst de ruines van Calakmul (ook wel Kalakmul). Hoewel de ruines al geruime tijd bekend waren bij de Chicleros, was Lundell de eerste die de wetenschappelijke wereld op het bestaan hiervan wees. In maart 1993 vertrok hij naar Chichén Itzá om Sylvanus G. Morley te vertellen over zijn ontdekking. Morley was bezig met het aanleggen van een catalogus van data die in de inscripties gevonden werden. Toen hij het verhaal van Lundell hoorde schreef hij: "Naar aanleiding van Lundell's beschrijving leken de ruines zo belangrijk, en de monumenten leken zoveel inscripties te bevatten, dat de beslissing werd gemaakt om direct een expeditie uit te rusten voor een onderzoek om zodoende gebruik te kunnen maken van de transport faciliteiten die voor ons beschikbaar zouden zijn door de chicle arbeiders in de regio, welke mogelijk in een ander jaar niet beschikbaar zouden zijn." 

De archeologische vindplaats dankt zijn naam aan Lundell, hij schreef: "Ca betekent twee in het Maya, lak betekent aangrenzend en mul duid elke kunstmatige heuvel of piramide aan, Calakmul betekent dus de Stad van de Twee Aangrenzende Piramides."

Na de expedities van The Carnegie Institution in de jaren '30 werd het onderzoek, met name door de geïsoleerde locatie van de vindplaats, voor ruim 40 jaar stil gelegd. in 1982 ging een project van de Universidad Autónoma de Campeche van start onder leiding van William J. Folan. Tijdens dit project werden er vele jade grafmaskers van zeer hoge kwaliteit opgegraven.

Toen het bestuderen van de hiërogliefen vorderde werd duidelijk dat Calakmul een grote en zeer machtige staat was geweest die voornamelijk concurreerde met het bekende en nabijgelegen Tikal. Calakmul stond bij zijn inwoners bekend als Kan (Slang). Dit ten noorden van Tikal gelegen koninkrijk voerde in 657 een aanval op Tikal uit. Twee jaar later zou koning Nun Bak Chak van Tikal een bezoek brengen aan Palenque, waarschijnlijk omdat hij moest vluchten uit zijn eigen rijk. Hij keerde na een aantal jaren weer terug en werd in 679 definitief overwonnen door een samenzwering van Caracol en Calakmul. Hij werd gevangen genomen en na zekere tijd door de koning van Calakmul aan de goden geofferd. 

Dertien jaar nadat Hasaw Kan K'awil (ook wel bekend als Ah Cacao) van Tikal aan de macht was gekomen, had hij een leger gevormd dat groot genoeg was om zijn aartsvijand Calakmul aan te kunnen vallen. Na een heftige strijd nam hij de koning van Calakmul gevangen, net zoals zijn vader zestien jaar eerder gevangen was genomen. Tijdens de overwinning op 8 augustus 695 (9.13.3.8.18 in de Lange Telling) had hij zichzelf ook de draagstoel van de heerser van Calakmul toegeëigend met daarop afbeeldingen van de patroongoden van de stad. Op de afbeeldingen die hij liet maken, is te zien hoe hij trots op deze draagstoel zit. 

De koning van Calakmul, Yich’ak K’ak (Jaguar Poot), werd veertig dagen lang vernederd en uiteindelijk geofferd. Na deze overwinning ontstonden er nog meerdere oorlogen tussen beide steden. Door deze aanhoudende oorlogen verloren de bewoners het vertrouwen in de goddelijke koningen en verlieten uiteindelijk de ooit zo glorieuze stadstaat.

In Calakmul zijn in totaal 103 stèles gevonden met datums tussen 514 en 830 n. Chr. Onderzoek wijst uit dat de stad een inwonersaantal van 50.000 gehad moet hebben. Tot nu toe zijn er meer dan 6250 bouwwerken blootgelegd in een omgeving van 25 km².


Bouwwerken in Calakmul:

Door op de links te klikken kunt u een afbeelding van het bouwwerk bekijken.

A. Structuur I  

Structuur I zoals deze gezien kan worden vanaf de top van structuur II. De top van structuur I is het hoogste punt van Calakmul, hoewel structuur II het hoogste bouwwerk is. Structuur I is echter hoger doordat het zich op een lage heuvel van circa 6 meter bevindt (foto door: Marije Hofland).

B. Structuur II

Ten noorden van het Grote Plein bevindt zich Structuur II. Dit bouwwerk is een grote piramide met een lange schuine trap die naar de tempel op de top leidt. Deze tempel is in een later stadium gebouwd. Samen met de tempel was de piramide waarschijnlijk het centrale hart van vele ceremonieën (foto door: Marije Hofland). 

C. Structuur VI

Structuur VI (zin foto) en structuur IV aan de tegenoverliggende zijde van het plein vormen een observatorium voor hemellichamen die samen een E-Groep worden genoemd. Een E-Groep bestaat uit een observatie platform aan de westzijde vanaf waar drie tempels in het oosten bekeken kunnen worden. Deze drie tempels in het oosten markeren de posities van de opkomende zon tijdens de zomer zonnewende (de noordelijke tempel), de winter zonnewende (de zuidelijke tempel) en de dag-en-nachtevening (centrale tempel). De E-Groep dankt zijn naam aan de E-7-Sub groep die een aantal structuren in Uaxactun omvat, waar dit type voor het eerst werd geïdentificeerd (foto door: Marije Hofland).

D. Stèles 

Twee van de in totaal 103 tot nu toe bekende stèles (tweede afbeelding). Voor het vervaardigen van de stèles werd het kalksteen uit de directe omgeving gebruikt. Door de slechte kwaliteit van dit kalksteen, zijn de hiërogliefen op een groot aantal stèles vandaag de dag niet meer leesbaar. De lange blootstelling aan weersinvloeden heeft veel schade opgeleverd. Op enkele wat beter bewaarde stèles zijn nog restanten van verf te vinden (foto's door: Marije Hofland).