Het Maya Pantheon


Een van de aspecten die het meest opvalt in de Maya-religie is dat het pantheon van de Maya-goden zeer uitgebreid is. Ieder natuurlijk verschijnsel werd verklaard door een van de vele goden. Alle goden maakten echter onderdeel uit van één allesomvattende macht. In dit opzicht kan het Maya-geloof dus beschouwd worden als monotheïstisch, maar omdat elk onderdeel van die macht als aparte godheid wordt uitgelegd, wordt er gesproken over een polytheïstisch geloof.  

Tegen het eind van de negentiende eeuw deed de Berlijnse jurist Paul Schellhas (1854-1945) onderzoek naar het Maya-pantheon. Hij kon met behulp van de vier codices een lijst samenstellen van de vijftien belangrijkste goden. Hij identificeerde ze aan de hand van kleding, lichaamskenmerken en naamgliefen (hoewel deze nog niet gelezen konden worden). Omdat men de namen nog niet kon lezen, gaf Schellhas iedere god een letter uit het alfabet van A t/m P, met uitzondering van J. Enkele deskundigen blijven de godenlijst hanteren hoewel van de meeste goden de oorspronkelijke naam inmiddels bekend is geworden.

Hieronder volgen de goden die door Schellhas werden herkend. Via de volgende link kunt u het manuscript downloaden waarin Schellhas voor het eerst deze goden beschrijft:

Representations of deities of the Maya manuscripts


God A

Hunhau. Dit was de heerser van Mitnal, de Yucateekse versie van Xibalba. Hunhau moet dus een variant van Hun-Camé zijn geweest. Men noemde hem ook wel Ah Puch (Hij zonder vlees), Cizin (de stinkende) of Yum Cimil (Heer van de dood). Hij werd geassocieerd met de nacht en ziektes. Hij was de patroongod van de dag Cimi en van het getal tien.    

God B

Chac. God van de regen en donder, werd vaak blauw afgebeeld en had een kromme neus, haren die boven op zijn hoofd waren vastgebonden en voeldraden uit zijn mond. Deze is een van de weinige goden die vandaag de dag nog wordt vereerd door de Maya’s in het noordelijk deel van Yucatán. Chac was ook een viervoudige god die geassocieerd werd met de kleuren van de vier windrichtingen. Zo was er Chac Xib Chac (rood, oost), Sac Xib Chac (wit, noord), Ek Xib Chac (zwart, west) en Kan Xib Chac (geel, zuid). Chac was de patroongod van de dag Ik en van het getal dertien.  

God C

Xaman Ek. Was erg belangrijk voor handelaren en mariniers en assisteerde de architecten bij het meten van de gebouwen. Hij was de god van de Poolster en de Kleine Beer (Ursa Minor). Hij werd afgebeeld met zwarte vlekken en een stompe neus. Deze godheid werd geassocieerd met de dag Chuen en met de aap. Ook wel Ah Chicum Ek, oftewel ‘Leidende/Gids Ster’.  

God D

Itzamná. Het staat vast dat Itzamná de belangrijkste god was van het Maya-pantheon. Hij was de uitvinder van het schrift en de patroongod voor het leren en de wetenschap. Zijn naam betekent letterlijk ‘Hagedissen Huis’, maar het woord Itz dat ‘toveren’ betekent, komt ook duidelijk terug in zijn naam. Hij had het uiterlijk van een oude man. Ix Chel was in haar oude gedaante zijn vrouw. In de Popol Vuh neemt hij de naam Xpiyacoc aan. Men kende hem ook als Chicchan (Bijtende Serpent), Itzam Cab Ain (Aardse Krokodil Draak), Chac Mumul Ain (Grote Modderige Krokodil) en Canhel (Draak).

God E

Yum Xac, de maïsgod, werd als jonge man met een maïsplant op zijn hoofd afgebeeld. Hij had dezelfde functie als Hun-Hunahpú uit de Popol Vuh. Ook wel Yum Kaax (heer van het oogsten).   

God F

Buluc Chabtan (‘11 sneller’). Hij lijkt verbonden te zijn aan het menselijke offer en aan de dood door geweld. Hij was waarschijnlijk de patroongod voor de dag Manik.  

God G

De zonnegod Kinich Ahau. Leek erg veel op Itzamná en was vermoedelijk een andere gedaante van hem. Diego de Landa beschrijft ook een god die Kinich Ahau Itzamná heette. Deze god was jong in de ochtend als de zon opkwam en oud in de avond als de zon onderging. In de nacht nam hij de gedaante van een jaguar aan. Om hem te beschrijven gebruikte men ook wel de term Ah K’in (de zon). Hij was de patroongod van de dag Muluc en van het getal 4.  

God H

Een jonge man die een hiëroglief op zijn gezicht droeg die overeenkomt met een omgekeerd Ahau-glief omgeven met cirkels. Soms werd hij afgebeeld met delen van een slangenhuid.  

Ix Chel, Godin IGodin I      

Ix Chel, godin van de maan. Haar naam betekent ‘Zij van de regenboog’, ze wordt ook wel Ix Ch’up (de vrouw) genoemd. Zij werd voorgesteld als een aantrekkelijke jonge dame met ontblote borsten (godin I) of als een oude vrouw (godin O). Een van haar attributen is de letter U, het Maya-woord voor de maan. Soms werd ze afgebeeld met een konijn in haar handen, dit verwees naar de mythe dat de zon en de maan ooit net zo fel waren. Om het felle licht van de maan te temperen gooiden de goden een konijn naar haar toe. Tegenwoordig is nog steeds, als men goed kijkt, een afbeelding van een konijn in het oppervlakte van de maan te zien. Zij stond in hoog aanzien, omdat zij naast maangodin ook de godin van de vruchtbaarheid, geneeskunde en het weven was. Zij was de vrouw van Itzamná en wordt in de Popol Vuh Xmucané genoemd.  

God K

K'awil. Zijn naam betekent ‘Tweede Maïs Oogst’. Hij was de patroongod van de heersende klasse, de beschermer van het vorstenhuis. K’awil was zijn meest voorkomende naam, maar hij werd ook wel eens Bolon Dzacab (negen generaties) genoemd. Hij werd vaak afgebeeld in de vorm van een staf, die werd beetgehouden door een bepaalde heerser. Alfred Maudslay noemde hem dan ook wel een ‘puppet on a stick’. Hij werd afgebeeld met een omhoog wijzende neus en een bijl op zijn voorhoofd, één van zijn benen had de vorm van een slang. Een mooi voorbeeld van zijn afbeelding is te vinden in de Tempel van de Inscripties in Palenque, waar Kan Balam (zoon van Pakal) de K’awil staf in zijn handen heeft. Door zijn slangenbeen wordt K’awil ook wel geassocieerd met de god Huracán en de bliksem. Naast de K’awil staf hadden de koningen ook nog een staf in de vorm van een dubbelkoppige slang. Deze staf symboliseerde de hemel en was naast de K’awil staf een belangrijk machtssymbool.  

God L

Een oude man die vaak rokend werd afgebeeld (ook met een staf en een jaguarvel). Hij zou de ‘Oude God’ zijn of de ‘God van Vuur’. Hij was de god van de Morgenster en bracht samen met vier andere goden dood en verderf.  

God M

Ek Chuah. Zijn naam betekent ‘Zwarte Schorpioen’ en hij was de god van de kooplieden en de beschermer van de cacao. In de Klassieke periode lijkt deze god niet voor te komen en hij is vermoedelijk pas na Midden-Mexicaanse invloeden voor het eerst geïntroduceerd. Ek Chuah werd afgebeeld met een zwart gezicht en een pinokkioneus.  

God N

Pauahtún. Deze god werd vaak als schrijver en als leraar der schrijvers uitgebeeld, hij was de belangrijkste patroongod van de schrijvers. Pauahtún nam ook vaak de functie van de Bacabs over. In dat geval waren er vier Pauahtún’s waarvan elk op een hoek van de aarde stond en de hemel ondersteunde. Net als bij de Bacabs werd iedere Pauahtún geassocieerd met een windrichting en een bepaalde kleur.   

Godin O      

Ix Chel. Zelfde godin als godin I, maar dan in de gedaante van een oude vrouw. Zie: Godin I.

God P

Deze god droeg het Tun-glief in zijn haar en hij werd geassocieerd met de landbouw en met kikkers.  


In het boek Terugblik op een Wereldtijdperk staan nog meer goden beschreven, alsook nog meer boeiende informatie over de religie van de Maya's. Hun visie op de kosmos en de schepping, een samenvatting van de Popol Vuh. 

Wilt u Terugblik op een Wereldtijdperk direct bestellen? Klik dan hier!