De dag van de doden
De dag van de doden (Día de los Muertos) was oorspronkelijk een pre-Columbiaanse
traditie waarbij overleden kinderen en volwassenen werden herdacht. Na de komst
van de Spanjaarden en het christendom heeft deze traditie zich, door toedoen van
Spaanse priesters, vermengd met het christelijke Allerheiligen (Día de Todos
Santos) en Allerzielen. De priesters waren er tevens voor verantwoordelijk dat
de inheemse en christelijke tradities vanaf dat moment op eenzelfde datum vielen
(1 en 2 november).
De voornaamste reden van de priesters was om er voor te zorgen dat de inheemse bevolking volledig zou overgaan op het christendom, het resultaat was echter dat beide tradities samensmolten. Belangrijk detail is dat de Dag van de Doden een zeer vrolijke aangelegenheid is.
Tijdens de feestdagen worden de doden welkom geheten door de familie en worden de graven van naaste familie leden bezocht. De begraafplaats wordt opgeknapt, versierd met bloemen en er wordt een picknick georganiseerd. In beide gevallen geloven de familieleden dat de zielen van de overledenen terugkomen op aarde en zich in hun nabijheid begeven. Ze herdenken de overledenen met het ophalen van goede herinneringen. De maaltijden die tijdens een dergelijke picknick genuttigd worden zijn zeer uitgebreid en bevatten veelal vleesgerechten, pittige kruiden, chocolade dranken, koekjes en een grote hoeveelheid suikergoed in de vorm van dieren of schedels. Tijdens deze gelegenheid wordt ook het speciaal hiervoor gemaakte brood genuttigd, het zogenaamde pan de muerto oftewel brood van de doden.
Begraafplaatsen en familiealtaren worden uitgebreid versierd met bloemen (vooral grote en fel gekleurde bloemen zoals afrikaantjes en chrysanten) en religieuze amuletten en offers (voedsel, sigaretten en alcoholische dranken). Door de fleurige versieringen en de feestelijke maaltijden komen deze dagen, ondanks de herdenking van de doden, over als vrolijke aangelegenheid. Het is vooral een belangrijk sociaal ritueel waarin de cyclus van leven en dood wordt herdacht.
In de huizen wordt het altaar door de familie versierd met spullen die volgens hen de zielen van de overledenen aantrekt. Dit zijn onder andere offers als bloemen en voedsel, maar ook spullen die de levenden doen herinneren aan de doden (foto's, een diploma of spullen die voor de overledene dierbaar waren). De voornaamste reden dat de familie dit doet is om de doden te lokken en om er zeker van te zijn dat de zielen ook daadwerkelijk terugkeren om deel te nemen aan de herdenking.
In zeer traditionele gemeenschappen (veelal van de inheemse bevolking) is de weg van de straat naar het altaar bedekt met bloemblaadjes om de terugkerende zielen te begeleiden. Geheel volgens de traditie worden, op de eerste dag, de overleden kinderen herdacht tijdens de Dag van de Kleine Engelen (Día de los Angelitos). De volwassenen worden herdacht op de tweede dag. In de vroege ochtenduren van 2 november wordt er een speciaal feestmaal georganiseerd, moderne Mexicaanse families vieren dit tegenwoordig echter meestal met een avondmaal waarbij het brood van de doden wordt gegeten.
In het zuiden van Mexico brengt het geluk als je
diegene bent die in het plastic speelgoed skelet bijt, wat in het brood verstopt
zit. Vrienden en familie geven elkaar suikergoed in de vorm van skeletten of
andere doodsmotieven. De zeer dure cadeaus van suikergoed zijn versierd met de
eigen naam. In de deelstaat Oaxaca wordt het brood gekneed in de vorm van een
lichaam met een gezicht aan een zijde van het brood. In de dagen voorafgaand aan
de feestdagen stoppen de traditionele bakkers met het aanbieden van de grote
verscheidenheid aan broden, om zich volledig te kunnen richten op de productie
van het brood van de doden, om enigszins aan de vraag te kunnen voldoen.
De Dag van de Doden wordt gezien als (1) een belangrijk culturele gebeurtenis, met sociale en economische verplichtingen voor de participanten (wat door Culturele Antropologen benoemt wordt als herverdelende feesten, op het eiland Janitzio in de deelstaat Michoacan) of als (2) een religieuze gebeurtenis waarbij de doden worden vereerd (in Cuilapan, Oaxaca een oude stad van de Zapoteken) waarvan de hedendaagse priesters doen alsof ze het niet zien of als (3) een unieke Mexicaanse feestdag die gekarakteriseerd wordt door speciaal voedsel en suikergoed (zoals in de grote steden van Mexico).
Over het algemeen kan gezegd worden dat de religieuze en culturele betekenis van het feest afneemt naarmate deze in een stedelijk gebied gevierd wordt, terwijl het belang daarvan juist groter wordt in de landelijke indiaanse gemeenschappen.
De christelijke feestdagen
Allerheiligen is een
rooms-katholieke feestdag en valt op 1 november. Ook de Orthodoxe kerk kent het
feest, maar niet op die datum. Op deze feestdag worden alle heiligen en
martelaren herdacht. Allerheiligen is een natuurfeest dat tot een zeer oude
traditie behoort. In de Keltische kalender
begon het jaar op 1 november. Dit was een heidens feest, de kerk maakte er
Allerheiligen van. Door de Kelten werd op 31 oktober All Hallows Eve (Halloween)
gevierd. De geesten die uit dode mensen op zouden rijzen, werden aangetrokken
door voedsel voor het neer te leggen op de deuren. Om echter de boze geesten af
te weren droegen de Kelten maskers. Toen de Romeinen de Britse eilanden
binnenvielen vermengden ze de Keltische traditie met hun eigen tradities, die
eind oktober natuurlijk de viering van de oogst betroffen, en ook het eren van
de doden. In 837 riep
Paus Gregorius IV 1 november uit als de officiële Rooms-katholieke gedenkdag.
Allerzielen is een hoogtijdag uit de rooms-katholieke traditie. Hij wordt
gevierd op 2 november, de dag na Allerheiligen, waarmee deze dag nauw verbonden
is. Met Allerzielen worden de overledenen herdacht en wordt een requiemmis
opgedragen. De nabestaanden plaatsen bloemen op het graf. Er worden in
familiekring soms ook nog pannenkoeken gebakken. Allerzielen stamt uit de
Benedictijner kloostertraditie van Cluny, waar het waarschijnlijk in de tiende
eeuw voor het eerst werd gevierd. In de dertiende eeuw kreeg het de naam
Allerzielen.