Lacandon scheppingsverhaal


Zowel de noordelijke als zuidelijke Lacandones kennen een scheppingsverhaal. Hoewel het noordelijke scheppingsverhaal veel uitgebreider is dan het zuidelijke hebben ze één ding gemeen met elkaar; beide verhalen verklaren het ontstaan van de onen. In de scheppingsverhalen wordt gesproken over de afstanden tussen de verschillende onen. De verschillende soorten onen zijn dus direct in verband te brengen met de diverse afgezonderde Lacandon-groepen in het regenwoud. Een grote afstand tussen twee verschillende onen in het scheppingsverhaal, stond dus symbool voor de grote afstand tussen de twee Lacandon groepen in de praktijk.

Volgens de noordelijke Lacandones werden de verschillende onen in verschillende gaten in de grond gecreëerd op vastgestelde afstanden. De wijze waarop de Lacandones gecreëerd werden lijkt op het zaaien en oogsten van een milpa. Elke onen symboliseert een ander gewas. 

Hieronder volgt een scheppingsverhaal van zowel de noordelijke als zuidelijke Lacandones. Opvallend is dat het noordelijke scheppingsverhaal veel dieper in gaat op de schepping van de aarde, de hemelen en de mens, terwijl het zuidelijke slechts beschrijft hoe de mens op de aarde is gekomen. Mogelijk zijn de zuidelijke Lacandones een groot deel van hun kennis verloren met het verdwijnen van de traditionele leiders en de komst van het Christendom.

In mijn boek: Een uitgebreide etnografie van de Lacandon Maya's van Chiapas, Mexico kunt u meer lezen over Lacandon religie, goden en rituelen.


Noordelijk scheppingsverhaal

In het begin was er alleen een hemel. Hier leefden K’akoch en zijn vrouw. K’akoch creëerde de aarde als een vormeloze zachte massa die alleen uit aarde en water bestond, daarna creëerde hij een zon en een maan.

Toen creëerde hij de bak nikte’ bloem (Plumeria rubra), van waaruit de andere goden werden geboren. De eerste god die ge-boren werd was Sukunkyum, als tweede kwam Äkyantho’ en de derde god die geboren werd was Hachakyum.

Sukunkyum en Äkyantho’ bleven op de bak nikte’ bloem zitten, maar Hachakyum wilde alles ontdekken en ging naar de aarde en zag dat er geen bossen waren. Hij wist toen dat dit niet goed was en riep zijn oudere broers, die naar de aarde kwamen. Toen ze van de bloem af kwamen werden ze groter. Ze begonnen te lopen en rond te kijken.

Hachakyum en Sukunkyum zagen de huizen op aarde staan [de ruines in Palenque] en Hachakyum nam aan dat deze huizen voor hun waren omdat er tenslotte geen mensen bestonden, maar Sukunkyum twijfelde daaraan. Toen verscheen K’akoch voor het aangezicht van Hachakyum en vertelde hem dat dit inderdaad hun huizen waren. K’akoch vertrok toen naar zijn hemel en liet zichzelf nooit meer zien.

Alleen Sukunkyum, Äkyantho’ en Hachakyum woonden nu op de aarde en probeerden te bedenken hoe ze de aarde stevig konden maken. Hachakyum ging aan het werk en gooide zand op de grond om de aarde vorm te geven.

Vijf dagen later werden de andere goden geboren uit de bak nikte’ bloem, ze werden geboren in de volgende volgorde:  Itzanal, Säkäpuk, Bol, K’ayum, Ah K’ak, Mensäbäk, Ts’ibatnah, Itza Noh K’uh, U hachil Hachakyum (de schoonvader van Hachak-yum’s zonen) en alle lagere goden.

Toen Itzanal werd geboren vroeg Hachakyum hem of hij wilde helpen met zijn werk, waar Itzanal mee instemde.

Toen Säkäpuk werd geboren zei hij direct tegen Hachakyum dat hij hem wilde helpen.

Toen Bol werd geboren zei hij tegen Hachakyum dat hij gekomen was om de balché te maken. Hachakyum zei toen dat hij de balché mocht maken voor K’akoch’s godenkom.

Toen K’ayum werd geboren zei hij tegen Hachakyum dat hij gekomen was om te zingen voor de pom en de balché. Hachakyum vond dit goed.

Daarna verdeelde Hachakyum de hemel in de verschillende lagen. Hij liet de hemelen stijgen zoals rook in de lucht stijgt. Boven de hemel van K’akoch creëerde hij een hemel voor de lagere goden. Hier is het donker en koud vanwege het ontbreken van een zon. Vervolgens creëerde Hachakyum de Hemel van de Hemelse Goden en de Hemel van de Gieren. Hij gaf een zon en een maan aan deze hemelen en gaf zijn zoon T’uup de opdracht de zon te dragen.

Hachakyum creëerde de zon van kalksteen en hij schijnt zo fel omdat hij de tuniek van de zon beschilderde met een schitterende harpij arend. Toen hij de maan creëerde gaf hij haar een konijn als huisdier en schilderde tevens een konijn op haar tuniek. De maan heeft een weefgetouw dat heel erg fel schijnt. Het weef-getouw is haar licht en haar vuur, maar wel erg koud.

Onder de aarde creëerde hij Yalam Lu’um, de onderwereld, en dit zou het onderkomen worden van Sukunkyum. Hij leeft in het midden van de aarde.

Nadat Hachakyum de aarde vorm had gegeven creëerde de god K’akoch de maïs en gaf deze aan Hachakyum. Hachakyum zei tegen zijn vrouw dat ze nu tortilla’s konden gaan maken, maar zijn vrouw vroeg hoe ze dit dan moest doen. Toen ging Hachakyum nadenken hoe de tortilla’s gemaakt moesten worden.

Hachakyum ging op zoek naar zand en klei. Toen hij dit vond maakte hij een pot. Eerst maakte hij een kleine pot, toen een grote. Toen plaatste hij deze in het vuur en toen er voldoende vuur was haalde hij ze er weer uit. Hij wachtte totdat de potten waren afgekoeld en vertelde toen tegen zijn vrouw dat ze de potten kon gebruiken om in te koken.

Toen haalde Hachakyum een steen uit het water, Hij pakte de steen en maakte daar een metate van, zodat zijn vrouw aan het werk kon. Hij vertelde zijn vrouw dat ze nu de tortilla’s kon gaan maken.

Zijn vrouw vroeg echter nogmaals hoe ze dit dan moest doen, waarop Hachakyum haar vertelde dat ze moest nadenken. Plots wist ze hoe ze tortilla’s moest maken en begon met het malen van de maïs.

Toen creëerde Hachakyum de god Kisin, deze was namelijk niet uit de bak nikte’ geboren zoals de andere goden. Hachakyum gebruikte aarde en rot hout om Kisin te maken en vijf dagen later verscheen hij uit de aak’alyoom, een nachtbloem. Kisin leeft samen met Sukunkyum in de onderwereld. Hier is veel vuur en hij beheerst de aardbevingen en de vulkanen.

Hachakyum creëerde alles wat zich op de aarde bevindt. Eerst verdeelde hij de aarde in land en water. Toen hij hiermee klaar was plaatste hij alle dingen die de mens nodig had. De dingen die groeiden creëerde hij in de volgende volgorde: maïs, bananen, knoflook, bonen en suikerriet. Daarna hield hij geen speciale volgorde meer aan. Hij creëerde bomen, planten en stengels, maar hij creëerde de rijst voordat hij het fruit creëerde.

Toen de creatie van de aarde voltooid was, creëerde hij de Hach Winik. Hij creëerde ze per onen. Zo creëerde hij de mens: Hij maakte ze uit klei en zand, de man, vrouw en kinderen. Hij gaf ze ogen, een neus, en alle andere delen, maar hun tanden maakte hij van maïs. Vervolgens legde hij de klei op het vuur waar hij normaal altijd zijn tortilla’s maakte. De klei werd hard en de mensen leefden. Hij maakte ook baby’s en kinderen in alle maten, zodat deze de aarde konden bevolken wanneer de eerste volwassenen zouden sterven. Nadat de mensen leefden gaf hij ieder een plaats op de aarde.

Hij creëerde de Hach Winik in verschillende gaten in de grond. Allereerst creëerde hij de Hach Winik van de spinaap onen, één voet verder creëerde hij de Hach Winik van de wildzwijn onen en toen in een ander gat twee voet verder die van de patrijs onen en zo’n drie voet verder de jaguar onen. Acht voet verder maakte hij vervolgens de Hach Winik van de hert onen en op tien voet van de oorspronkelijke plaats creëerde hij de Hach Winik van de ara onen. Maar hij creëerde niet de ladino’s en de buitenlanders. De ladino’s werden gecreëerd door Mensäbäk, terwijl Äkyantho’ de buitenlanders creëerde, die hij tot op de dag van vandaag beschermt door hen vee en geld te geven.

Toen Hachakyum de Hach Winik creëerde hadden ze een blanke huid en krullend haar met rode of blauwe baarden, maar toen hij even geen aandacht besteedde aan zijn creaties, maakte Kisin hun huid donker en hun haar zwart met behulp van een kleine ronde stok.

Hachakyum sprak daarna over het gedrag van zijn creaties. Die van de ara onen zouden wreed zijn en elkaar doden met pijlen, de mensen van de wildzwijn onen waren ook wreed maar zouden elkaar niet doden en de mensen van de spinaap onen zouden niet snel kwaad worden. Ook de mensen van de hert en patrijs onen hadden onenigheden.

Toen hij klaar was met de creatie van de mens, creëerde hij ook alle dieren. Hij maakte hen van hetzelfde klei en zand. Hij creëerde ze in deze volgorde: jaguars, slangen, apen, brulapen, wild zwijn, berghert, patrijs en de wilde kalkoen. Vervolgens creëerde hij alle andere dieren zonder speciale volgorde. Het overtollige klei vormde zich tot schorpioenen, spinnen, muggen, vlooien en andere insecten. De mieren werden daarvan als eerste gecreëerd, dit zijn de helpers van de mens en zijn gemaakt van stof.

De slang werd per ongeluk gecreëerd, toen een lange lint van klei uit de handen van Hachakyum viel en levend werd. Hachakyum wilde het weer oprapen en met de rest van de klei vermengen, maar de slang was zo mooi dat hij mocht blijven leven. Zelfs Hachakyum wist niet hoe dodelijk datgene was wat hij gecreëerd had en hoeveel angst en verdriet het zou brengen bij de Hach Winik.

Hachakyum en zijn vrouw U Na’il Hachakyum en alle goede overledenen en heiligen leven in de hemel, waar land is met wegen en bomen zoals op aarde. Er zijn ook dieren, maar deze kunnen niet gedood worden voor consumptie omdat een dier maar één keer gedood kan worden.


Zuidelijk scheppingsverhaal

Ooit woonden de mensen en de schepper samen bij Sukunkyum in de onderwereld. Toen kwamen ze naar deze wereld. Behalve Sukunkyum, want hij had mensenvlees gegeten en was te zwaar. De schepper en de mensen sprongen uit het scheppingsgat.

De schepper keek hoe de mensen er uit kwamen. Sommigen konden niet ver springen, zij konden er amper uit klimmen en vielen bijna terug in het gat. De schepper zei: “Deze kwamen er langzaam uit, zij zijn pecari’s. Hun onen is de pecari, zij zijn het pecari volk.

Anderen sprongen heel ver en de Schepper zei dat hun onen het hert zou zijn en dat zij het hert volk waren.