Huisvesting
De
leden van de Lacanhá subgroep leefden dicht bij elkaar en
bezochten elkaar veel, maar over het algemeen leefden de
Lacandones afgezonderd van andere families. De Lacandones van de Jatate
subgroep leefden bijvoorbeeld jaren lang afgezonderd van elkaar.
Een chronisch tekort aan vrouwen zorgde ervoor dat elke man
vreesde dat hij zijn vrouw kwijt zou raken aan een andere man. De
vrouwen bleven dan ook bij de woningen terwijl de mannen elkaar
bezochten in het woud.
Voor
een familie is mobiliteit altijd belangrijk geweest, verhuizingen
vonden regelmatig plaats. De belangrijkste reden hiervoor was de
aanleg van een nieuwe milpa.
Tegenwoordig
hechten de Lacandones nog steeds veel waarde aan mobiliteit,
hoewel meerdere families nu bij elkaar wonen in de reeds genoemde
gemeenschappen. Het leven van de Lacandones draait om het
huishouden. Een huishouden bestaat uit de man, zijn vrouwen,
ongetrouwde kinderen, getrouwde dochters, schoonzonen en een
grootouder indien een van de twee is overleden. Aan het hoofd van
de familie staat de vader.
De
ouders leven samen met hun kleine kinderen in een woning bestaande
uit één ruimte. Jongens en vrijgezelle mannen slapen in een
aparte hut, zoals ook hun oudere zussen dat doen. Het gemiddelde
aantal kinderen binnen een gezin neemt in snel tempo af. Jonge
gezinnen hebben gemiddeld 1,6 kinderen, terwijl hun ouders
gemiddeld 3,8 kinderen hadden, en hun grootouders zelfs 9,6
kinderen.
In
de directe omgeving van de woning bevinden zich nog twee andere
hutten. In één van deze hutten bevindt zich de keuken, de andere
hut wordt gebruikt voor de opslag van voedsel. Nabij de woning
bevindt zich ook het toilet. Een met riet afgezet stukje grond
waar men een gat in heeft gegraven.
Soms heeft een huishouden een eigen caribal (privé land), maar soms wordt een caribal gedeeld door meerdere huishoudens. Families die zo’n caribal delen lijken nauw met elkaar verwant te zijn. Sommige caribals liggen ver uit elkaar, in enkele gevallen meer dan een dag lopen.
Een
traditioneel Lacandon huis (nah) heeft een rieten puntdak
van zo’n tien meter lang wat gemaakt is van palmbladeren (kun),
door de ronde einden wordt de woning nog zo’n drie meter langer.
Een huis van de zuidelijke Lacandones had vroeger geen muren, die
van de noordelijke wel. De muren worden gemaakt van ruwe planken
van balsa hout, waartussen zich vele kieren bevinden. De
verschillende ingangen zijn de enigste openingen in de woning. De
aarde dient als vloer en aan beide uiteinden van de woning bevindt
zich een haardvuur, gemaakt uit de drie haardstenen die wij nog
kennen van de Oude Maya’s. Nabij het haardvuur hangt een hangmat
van majoua schors. Aan de balken van het dak zijn schalen van
kalebas met touw opgehangen. Hier worden de zelfgemaakte sigaren
in bewaard, de hach k’uuts (‘echte tabak’), de
Lacandones roken bijna de hele dag door sigaren.
Een
moderne Lacandon woning heeft een vloer van cement en een dak van
golfplaten, daarbinnen bevinden zich twee of drie kamers met
enkele hangmatten, een tafel met stoelen, een televisie en soms
ook een videorecorder.
Ieder
traditioneel huishouden heeft zijn eigen yatoch k’un
(‘godenhuis’). Deze wordt gebouwd op een open plek in het
woud, afgezonderd van de gemeenschap. Het is een rituele
ontmoetingsplaats waar de religieuze voorwerpen worden bewaard.
Ten oosten van zo’n yatoch k’un staat een uitgeholde
kano (de balché chem) die speciaal wordt gebruikt voor het
bereiden van de rituele balché.
Een
yatoch k’un bestaat uit een dak van palmbladeren op
palen. Het is van belang dat de ingang altijd in het oosten ligt,
richting Yaxchilán. In de yatoch k’un ontmoeten de goden
en de mensen elkaar, de goden zitten tussen de mensen terwijl ze
de offers nuttigen en de gebeden aanhoren. Het is de plaats waar
alledaagse voorwerpen heilig worden. Wierook transformeert in
tortilla’s en tamales in vlees, rubberen poppen worden ritueel
tot leven gewekt en geofferd aan de goden. Zelfs de menselijke
stem wordt vervormd in de yatoch k’un en klinkt als een
nasale melodische stem wanneer tegen de goden gesproken wordt.