Pijl en boog
Tegenwoordig
jagen de Lacandones met een jachtgeweer (ts’on). Vroeger
gaven zij echter de voorkeur aan de pijl en boog omdat één schot
al het andere wild weg jaagde. In 1943 gebruikten de Jatate
Lacandones voor het laatst de pijl en boog voor de jacht, deze
worden tegenwoordig alleen nog geproduceerd voor de verkoop aan
toeristen.
De
boog (halal) wordt gemaakt van hout van de chicle boom en
gevormd met een machete, de boogpees bestaat uit gevlochten vezels
van de agave (maw). De pijlen (chulul) worden
gemaakt van bamboeachtige rietstelen die men oh noemt (carrizo
in het Spaans), de voorkant van de pijlen worden vervaardigd van
ceder of sapodilla. De pijlpunten maakt men van vuursteen.
De
veren van de pijlen zijn vandaag de dag van duiven of kippen, maar
worden in felle kleuren geschilderd die herinneren aan de veren
van de tropische vogels die ooit gebruikt werden. De functie van
de felle kleuren was dat men de pijl terug kon
vinden
in het regenwoud wanneer men het doel gemist had.
De
veren en de pijlpunten worden aan de pijl bevestigd met
katoendraad dat ingewreven is met hars en roet van de pijnboom en
was. De was (lakat of lokot) wordt verkregen uit de
bodem van specifieke bijenkorven. De zwarte twijg wordt vaak
gebruikt als decoratie.