De Maya kalendersystemen
De Tzolkin Kalender
De
oudste en meest belangrijke kalender was de rituele kalender van
260 dagen die men tegenwoordig de Tzolkin kalender noemt.
Dit woord komt van de woorden tzol (rangschikken) en kin
(dag). De kalender kreeg zijn naam van de Noord-Amerikaanse
onderzoeker William Gates (1863-1940) die dit woord in 1921 had
afgeleid van het Quiché begrip ch’ol q’iij, dat
de ordening der dagen betekent. De werkelijke naam die de Oude
Maya’s aan de kalender gaven is niet bekend. In het Quiché heet
de kalender tegenwoordig Ch’olkih, in het Nahuatl van de
Azteken stond deze kalender bekend als de Tonolamatl.
Wanneer
de Tzolkin is ontstaan, weet men niet precies, maar in de Zapoteekse
stad Monte Albán is een datum van de Tzolkin genoteerd op een
aantal monumenten die rond 400 v. Chr. te dateren zijn. De
kalender wordt nog steeds gebruikt door enkele Maya-groepen in de
hooglanden, het gebruik hiervan neemt de laatste jaren zelfs toe.
Waarom
de kalender een cyclus van 260 dagen had is niet helemaal met
zekerheid vast te stellen. De huidige Maya’s geloven dat de
geschatte duur van een zwangerschap de oorsprong is van het aantal
dagen. Deze opvatting valt goed te onderbouwen aangezien
pasgeborenen hun geboortedag in de Tzolkin als naam meekregen. De
betekenis van de rituele kalender was bovendien gebaseerd op de
eigenschappen van iedere dag, waardoor het lot en het karakter van
een persoon werden bepaald. Bij ieder dagteken van de Tzolkin
hoorde een goddelijk wezen dat het lot vanaf de geboorte bepaalde.
Het bijbehorende getal kon deze invloed versterken of verzwakken.
De
lotsbepalingen en karaktereigenschappen waren in lijsten
vastgelegd die u mutil u chuwenil k’in
(de tekens der dagen) werden genoemd. In de boeken van de Chilam
Balam staan zulke lijsten, waarin de dagtekens met de juiste
karakters stonden beschreven. Het was heel belangrijk dat men de
gegevens serieus nam omdat de lichamelijke en geestelijke
gesteldheid hiervan afhankelijk waren. Iemand die van beroep jager
was maar volgens de kalender eigenlijk boer moest zijn, zou erg
ongelukkig worden en vaak ziek zijn. De dagtekens hadden naast
invloed op een persoonlijk leven ook invloed op een hele
samenleving, deze voorspellingen staan ook in de Chilam Balam
vermeld.
De
Tzolkin kalender bestond uit 20 dagtekens, deze dagtekens kregen
een nummer van 1 t/m 13 mee. Na het dertiende getal bleven nog
zeven dagen over. Men begon dan gewoon weer met 1, dus na 13 Ben
volgde 1 Ix. Het zou 260 (13x20) dagen duren om weer terug te
komen op een zelfde combinatie. Het is niet bekend wat de eerste
dag van de Tzolkin kalender was, waarop de Maya’s begonnen te
tellen. De cyclus van 260 dagen had geen begin of eind. Hij bleef
doorlopen in zijn oneindige cyclus net zo goed als dat het
universum oneindig was en geen begin of einde kende. Over het
algemeen wordt 1 Imix als de eerste dag van de Tzolkin beschouwd.
Het
valt misschien op dat de hiërogliefen van de Tzolkin kalender
gepaard gaan met een cartouche. Barbara MacLeod heeft over de
cartouche een theorie ontwikkeld die het gebruik daarvan kan
verklaren. Zij gelooft dat de dagtekens zijn ontstaan door het
samenvoegen van ver-schillende tekens. Het hiëroglief dat in de
vakwereld T628 wordt genoemd (naar Thompson) draagt de betekenis
k’al (twintig) met zich mee. De dagtekens lijken opgebouwd uit
hiëroglief T628 dat gecombineerd is met een specifiek teken voor
een Tzolkin dag. Dit zou betekenen dat de cartouche naar de
twintig verschillende dagen in de Tzolkin kalender verwijst.
De Haab Kalender
De
Tzolkin kalender werd samen gebruikt met een kalender van 365
dagen. Deze kalender wordt de Haab kalender genoemd. Doordat de
kalender niet helemaal gelijk was aan het werkelijke zonnejaar,
wordt de kalender in de literatuur ook wel eens het
‘onnauwkeurige jaar’ of ‘vage jaar’ genoemd. De Maya’s
pasten namelijk niet elke vier jaar een schrikkeljaar toe, al
wordt soms beweerd van wel. Dit komt voornamelijk doordat Diego de
Landa in zijn verslag schreef dat de priesters zich bewust waren
van het tijdsverschil en dus iedere vier jaar een dag toevoegden.
Het is zeer waarschijnlijk dat dit pas na de Spaanse veroveringen
is geïntroduceerd. Bij de beschrijving van de jaardragers zal
duidelijk worden, waarom de Maya’s geen schrikkeljaar gebruikt
kunnen hebben in de Haab kalender.
De
Haab kalender werd verdeeld in 18 ‘maanden’ van 20 dagen, plus
5 ‘ongunstige’ dagen aan het einde van het jaar. Deze 5 dagen
werden geplaatst in een extra 19de maand die men Uayeb
noemde. Waarschijnlijk werden deze dagen als zeer ongunstig
beschouwd, omdat ze niet in een vegesimaal stelsel pasten, men
noemde ze dan ook wel u uayeb u haab
(de slapers van het jaar), ma k’aba’ k’in
(de verloren dagen) of chay k’in (de naamloze
dagen).
Alle 20 dagen werden weergegeven door een getal. Er werd geteld van 0 t/m 19. De eerste dag werd echter niet met het getal 0 uitgebeeld maar met een hiëroglief dat het ‘plaatsen’ van de komende maand betekende. Op deze dag werd de vorige maand beëindigd en de nieuwe maand begonnen. Hierdoor hadden beide maanden invloed op deze dag. Het was de dag waarop de nieuwe patroongod werd geïnstalleerd, de patroongod die de komende 19 dagen zou beïnvloeden. Het Haab jaar begon met ‘het plaatsen van’ Pop (of kortweg 0 Pop), na 19 Pop volgde ‘het plaatsen van’ Uo, enz.
De Tzolkin en Haab kalender werden samen gebruikt in één grotere cyclus, die de kalenderronde wordt genoemd. In deze cyclus duurde het precies 52 Haab jaren of 73 Tzolkin jaren (oftewel 18.980 dagen) voordat een combinatie van de Tzolkin kalender en de Haab kalender weer op één dag voorkwam. Het zou bijvoorbeeld 52 Haab jaren duren, voordat 3 Ik en 0 Pop weer op een zelfde dag zouden vallen. De kalenderronde kan door middel van diverse tandwielen in elkaar worden gezet. De bekendste variant hiervan is die van Thompson.
De Lange Telling
Het
identificeren van een belangrijke datum in het verleden of
in de toekomst, zorgde bij de Pre-Columbiaanse volkeren
voor grote verwarring. Een datum in de kalenderronde komt namelijk
iedere 52 jaar terug en dus kan men met dit systeem niet verwijzen
naar een bepaalde datum om een belangrijk moment te herdenken of
te voorspellen. Om dit probleem op te lossen werd de Lange Telling
(Long Count) naast de kalenderronde geïntroduceerd.
Het
oudst gedateerde monument met een Lange Telling is Stèle 2 in
Chiapa de Corzo (Chiapas, Mexico), die vermoedelijk te verbinden
is met de Mixe-Zoquean volkeren. Hierop staat een datum vermeld
die 8 december 36 v. Chr. aangeeft. Door deze datum is met
zekerheid vast te stellen dat vóór de Maya’s al gebruik
gemaakt werd van de Lange Telling; er werd echter nog geen gebruik
gemaakt van de bijbehorende hiërogliefen die de Maya’s wel
gebruikten. De Lange Telling is door deze datum het oudste systeem
ter wereld dat gebruik maakt van het getal nul.
De
Lange Telling (ook hiervan is de originele naam niet bekend) is
ontwikkeld voor het plaatsen van mythologische gebeurtenissen en
voor het vereren van de koningen. Dit werd gedaan door de datum te
vermelden bij de door hen behaalde successen of ter ere van hun
zoveelste regeringsjaar. Dit is waarschijnlijk de reden geweest
waarom de Lange Telling in de Postklassieke periode buiten gebruik
raakte. De macht van de koningen verdween en er was geen reden
meer om hun handelingen vast te leggen.
De
Lange Telling bestaat uit een doorlopende dagtelling, net als de
Juliaanse dagtelling die door moderne astronomen wordt gebruikt.
De Lange Telling werd in werking gezet aan het begin van het
huidige tijdperk, wat volgens de Maya’s op 13.0.0.0.0 4 Ahau 8
Kumku plaats vond, oftewel 13 augustus 3114 v. Chr. Op deze dag
werd het derde wereldtijdperk voltooid en is het huidige tijdperk
begonnen. De dag is te vergelijken met de geboorte van Christus in
onze kalender.
Een datum in de Lange Telling werd door de Maya’s weergegeven met vijf getallen en vijf hiërogliefen voor de bepaalde tijdseenheden. De tijdseenheden bestonden uit een Baktun, Katun, Tun, Uinal en Kin. De Baktun stond voor het aantal perioden van 144.000 dagen, de Katun voor het aantal perioden van 7.200 dagen, de Tun voor het aantal jaren van 360 dagen, de Uinal voor het aantal maanden van 20 dagen en de Kin voor het aantal enkele dagen onder de 20. Vooral de voltooiing van een Baktun of Katun was erg belangrijk.
| 20 kins | 1 uinal | 20 dagen |
| 18 uinals | 1 tun | 360 dagen |
| 20 tuns | 1 katun | 7.200 dagen |
| 20 katuns | 1 baktun | 144.000 dagen |
Een
wereldtijdperk had een totale duur van 13 Baktun wat overeenkomt
met 1.872.000 dagen oftewel 5.125,36 Gregoriaanse jaren. Omdat het
getal 1.872.000 deelbaar is door 260 (het aantal dagen in de
Tzolkin kalender) zal de dertiende Baktun altijd samengaan met de
Tzolkin datum 4 Ahau. De Haab datum verschilt echter wel bij een
dertiende Baktun, doordat 1.872.000 niet deelbaar is door 365. De
combinatie van een Lange Telling met die van een kalenderronde
kwam slechts één keer in de 136.656.000 dagen voor. Dit zijn
374.400 Haab jaren, oftewel 73 wereldtijdperken van 13 Baktun.
In
de literatuur wordt een Lange Telling datum eenvoudig weergegeven
door de vijf getallen naast elkaar te zetten. Een voorbeeld
hiervan is de datum 9.16.1.0.0 (bekend van stèle 11 in Yaxchilán).
De datum geeft aan dat sinds de begindatum zijn verstreken: 9
perioden van 144.000 dagen, 16 perioden van 7.200 dagen, 1 jaar
van 360 dagen, 0 maanden van 20 dagen en 0 enkele dagen. In onze
kalender wordt dit weergegeven als 3 mei 752 n. Chr.
De
Baktun werd genummerd van 1 t/m 13, de Katun en Tun van 0 t/m 19,
de Uinal van 0 t/m 17 en de Kin van 0 t/m 19. De nummering van de
afzonderlijke tijdseenheden kan enige verwarring opleveren. Met de
hierna beschreven uitleg zal het systeem duidelijker gemaakt
worden.
Als
we de tijdseenheden van laag naar hoog laten passeren, zal blijken
dat er na 19 Kin één Uinal in de tweede tijdseenheid bijkomt,
waarna de Kin weer op 0 springt. Deze tweede tijdseenheid loopt
maar tot 17 Uinal. Dat komt doordat de derde tijdseenheid (de Tun)
is gebaseerd op een jaar van 360 dagen. Één Uinal bestaat dus
uit 20 Kin (dagen). 20 Kin x 17 Uinal = 340 dagen. Als men hier
dan nog de 19 dagen uit de eerste tijdseenheid (Kin) bij optelt,
komt men op 359 uit, wat inhoudt dat na deze datum een nieuwe Tun
van 360 dagen is verstreken. In een voorbeeld ziet het er als
volgt uit: de datum 9.6.3.17.19 wordt opgevolgd door 9.6.4.0.0. De
Tun springt dus over van 3 naar 4, waardoor de Uinal en de Kin
tijdseenheden weer bij 0 beginnen.
Na
20 Tun van 360 dagen (20 x 360) komt er een nieuwe Katun (van
7.200 dagen) bij, waardoor je de volgende situatie krijgt: de
datum 8.3.19.17.19 wordt opgevolgd door 8.4.0.0.0. Dit principe
gaat tevens op bij de overgang van de vierde naar de vijfde
tijdseenheid. Na 19 Katun komt er een Baktun (20 x 7.200) bij. Een
voorbeeld: de datum 6.19.19.17.19 wordt opgevolgd door 7.0.0.0.0.
Het
valt op dat de nummering van de Baktun begint bij 1, terwijl de
andere tijdseenheden met 0 beginnen. De Baktun werd genummerd van
1 t/m 13, omdat de begindatum voor een wereldtijdperk werd
weergegeven als: 13.0.0.0.0. Vanaf deze dag werd er verder geteld,
waardoor de volgende dag dus 13.0.0.0.1 zou zijn. Als de
twintigste Katun in de dertiende Baktun voltooid werd,
‘schakelde’ de kalender over van 13.19.19.17.19 naar
1.0.0.0.0, wat inhield dat de eerste Baktun voltooid was. Een
mogelijke verklaring hiervoor is, dat de laatste dag van het derde
wereldtijdperk tevens de eerste dag van het vierde en huidige
wereldtijdperk was. Na deze datum telde de kalender door tot het
einde van dit wereldtijdperk, wat opnieuw werd weergegeven als
13.0.0.0.0.
Naast
deze tijdseenheden bestonden er ook nog grotere tijdseenheden
zoals de Piktun (20x144.000) van 2.880.000 dagen, de Kalabtun
(20x 2.880.000) met in totaal 57.600.000 dagen, de Kinchiltun
(20x 57.600.000) met 1.152.000.000 dagen en de Alautun die
in totaal 23.040.000.000 dagen had (20x1.152.000.000). Een datum
op stèle 1 in Cobá gaat nog eens vijftien van dit soort
tijdseenheden verder en wordt opgeschreven als:
13.13.13.13.13.13.13.13.13.13.13.13.13.13.13.13.13.13.13.13.0.0.0.0
Op
de stèle wordt de scheppingsdatum weergegeven van dit huidige
wereldtijdperk. De makers van stèle 1 in Cobá besloten mogelijk
aan te geven hoe deze dag in verhouding stond ten opzichte van het
ontstaan van het universum.
De
perioden van de Lange Telling zijn de langste perioden die ooit in
een kalendersysteem werden opgeschreven en hadden waarschijnlijk
tot doel de oneindigheid van de kosmos uit te
beelden. Omdat de Oude Maya’s data boven de Baktun
zelden nodig hadden, werden deze bijna altijd weggelaten.
Een andere uitzondering hierop is te vinden op de traptreden van
Tempel 33 in Yaxchilán. Hier werden acht hogere tijdseenheden
boven de Baktun vermeld. Blijkbaar wilde de opdrachtgever van de
inscriptie uitbeelden hoe belangrijk deze datum was door het te
plaatsen in een groter geheel.
Een belangrijk onderdeel in de Lange Telling is dat er bij de eerste datum op een monument altijd een ISIG hiëroglief aan vooraf ging. ISIG staat voor: Initial Series Introductory Glyph, of kortweg introductiehiëroglief. Het introductiehiëroglief zag er voor het grootste gedeelte altijd gelijk uit. Het enige dat kon variëren was het patroon dat binnen het introductiehiëroglief werd geschreven. Dit patroon gaf aan in welke Haab maand de datum van de Lange Telling plaatsvond.
Op de volgende pagina kunt u een willekeurige datum uit de Lange Telling omzetten in onze eigen jaartelling: Maya kalender programma
Hoe deze kalendersystemen precies vertaald kunnen worden naar onze jaartelling, wordt in Terugblik op een Wereldtijdperk uitvoerig behandeld. Evenals de andere belangrijke kalendersystemen van de Oude Maya's.
Wilt u Terugblik op een Wereldtijdperk direct bestellen? Klik dan hier!
Zie ook:
The
Kukulkan Pyramid of Chichén Itzá
door:
Salvador
Dal Molín.
De Mayakalender
door: Robert Tetteroo.
Interessante link:
http://www.popupatstartup.nl/index.php?nr=26 Programma met de chronologie van de Maya's gebaseerd op de Lange Telling.